In Nederland wordt de keuring van elektrische arbeidsmiddelen geregeld door verschillende wetten en normen. Deze keuringen zijn essentieel voor de veiligheid op de werkplek en het voorkomen van ongevallen door elektrische defecten. De wetgeving stelt specifieke eisen aan zowel de frequentie van keuringen als de personen die deze mogen uitvoeren. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over de wettelijke kaders voor elektrische arbeidsmiddelen keuringen.
Wat zijn de belangrijkste Nederlandse wetten voor elektrische arbeidsmiddelen keuring?
De keuring van elektrische arbeidsmiddelen in Nederland wordt primair geregeld door drie samenhangende wettelijke kaders: de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) en de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling). Deze vormen samen de wettelijke basis voor elektrische veiligheid op de werkplek.
De Arbowet vormt het fundament en bevat algemene bepalingen over de zorgplicht van werkgevers voor een veilige werkomgeving. Het Arbobesluit werkt deze bepalingen verder uit met specifieke voorschriften voor arbeidsmiddelen, waaronder elektrische apparatuur. De Arboregeling bevat vervolgens gedetailleerde uitvoeringsvoorschriften.
Naast deze primaire wetgeving speelt ook het Warenwetbesluit een rol bij de veiligheid van elektrische apparatuur die op de markt wordt gebracht. Voor medische apparatuur geldt aanvullend de Wet op de Medische Hulpmiddelen, die specifieke eisen stelt aan de veiligheid en betrouwbaarheid van medische elektrische apparatuur.
Deze wetten verwijzen vaak naar praktijknormen zoals de NEN 3140 en NEN-EN 50110, die concrete invulling geven aan de wettelijke vereisten voor het veilig werken met en keuren van elektrische apparatuur.
Welke verplichtingen legt de Arbowet op voor elektrische keuringen?
De Arbowet legt werkgevers een algemene zorgplicht op voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Voor elektrische keuringen betekent dit concreet dat werkgevers verplicht zijn om:
- Elektrische arbeidsmiddelen periodiek te laten keuren op veiligheid
- Te zorgen dat keuringen worden uitgevoerd door deskundige personen
- Een keuringsadministratie bij te houden
- Maatregelen te nemen bij afgekeurde apparatuur
Artikel 7.4a van het Arbobesluit specificeert dat arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die leiden tot verslechtering, regelmatig gekeurd moeten worden. Elektrische apparatuur valt hieronder vanwege slijtage, veroudering en mogelijke beschadigingen tijdens gebruik.
De wet stelt ook dat werkgevers een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moeten uitvoeren, waarin elektrische risico’s geïdentificeerd en beoordeeld worden. Op basis hiervan moet een plan van aanpak worden opgesteld, waarin onder andere de keuringsfrequentie voor verschillende soorten elektrische apparatuur wordt vastgelegd.
Belangrijk is dat de Arbowet een doelwet is, wat betekent dat het doel (veiligheid) belangrijker is dan de exacte manier waarop dit bereikt wordt. Hierdoor hebben werkgevers enige vrijheid in hoe zij de keuringen organiseren, zolang de veiligheid gewaarborgd blijft.
Hoe verhouden NEN-normen zich tot de wetgeving voor elektrische keuringen?
NEN-normen hebben een bijzondere juridische status in relatie tot de wetgeving voor elektrische keuringen. Ze zijn strikt genomen geen wetgeving, maar fungeren als praktische invulling van de wettelijke eisen uit de Arbowet en het Arbobesluit. De belangrijkste normen hierbij zijn:
- NEN 3140 – Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning
- NEN-EN 50110 – Bedrijfsvoering van elektrische installaties
- NEN-EN 60204 – Veiligheid van machines – Elektrische uitrusting van machines
Hoewel deze normen formeel niet wettelijk verplicht zijn, verwijst de Arbowetgeving er wel naar. Dit betekent dat wanneer u volgens deze normen werkt, u in principe voldoet aan de wettelijke eisen. Dit wordt ook wel het “vermoeden van conformiteit” genoemd.
De NEN 3140 norm specificeert bijvoorbeeld de concrete eisen voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen, zoals de uit te voeren metingen (aardleidingstest, isolatieweerstandtest) en de criteria voor goed- of afkeuring. Door deze norm te volgen, geeft u praktische invulling aan de algemene zorgplicht uit de Arbowet.
Bij een arbeidsongeval of inspectie door de Arbeidsinspectie zal vaak gekeken worden of u volgens deze normen heeft gewerkt. Afwijken van de normen is toegestaan, maar dan moet u kunnen aantonen dat uw alternatieve aanpak minstens hetzelfde veiligheidsniveau garandeert. In de praktijk is het daarom verstandig om de NEN 3140 norm voor elektrische arbeidsmiddelen te volgen.
Wie mag elektrische arbeidsmiddelen keuren volgens de wet?
Volgens de Arbowetgeving mogen elektrische arbeidsmiddelen alleen gekeurd worden door “deskundige personen”. De wet specificeert echter niet exact wat onder “deskundig” wordt verstaan. Het Arbobesluit geeft wel enkele criteria waaraan een keurmeester moet voldoen:
- De persoon moet aantoonbare kennis hebben van de geldende normen
- De persoon moet weten op welke punten elektrische apparatuur gekeurd moet worden
- De persoon moet kunnen werken met de noodzakelijke testapparatuur
- De persoon moet een deugdelijke keuringsadministratie kunnen bijhouden
In de praktijk betekent dit dat keurmeesters meestal een specifieke opleiding hebben gevolgd, zoals de cursus NEN 3140 keurmeester elektrische arbeidsmiddelen. Tijdens zo’n opleiding leren deelnemers hoe ze verschillende soorten elektrische apparatuur moeten keuren volgens de geldende normen en met gebruikmaking van de juiste meetapparatuur.
Voor het werken aan elektrische installaties maakt de NEN 3140 norm onderscheid tussen verschillende bevoegdheden:
- Voldoende Onderricht Persoon (VOP): Voor niet-elektrotechnici die beperkte elektrische werkzaamheden mogen uitvoeren
- Vakbekwaam Persoon (VP): Voor elektrotechnici die zelfstandig elektrische werkzaamheden mogen uitvoeren
Voor het uitvoeren van keuringen is minimaal het niveau van Vakbekwaam Persoon vereist, aangevuld met specifieke kennis over het keuren van elektrische arbeidsmiddelen. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het aanstellen van voldoende gekwalificeerde keurmeesters.
Wat zijn de wettelijke consequenties bij het niet naleven van keuringsverplichtingen?
Het niet naleven van de wettelijke verplichtingen voor het keuren van elektrische arbeidsmiddelen kan verschillende juridische consequenties hebben:
- Bestuursrechtelijke sancties: De Arbeidsinspectie kan een waarschuwing geven of een eis tot naleving stellen. Bij ernstige overtredingen kan direct een boete worden opgelegd of zelfs het werk worden stilgelegd.
- Boetes: Deze kunnen oplopen tot duizenden euro’s, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de grootte van het bedrijf.
- Strafrechtelijke vervolging: Bij ernstige nalatigheid die leidt tot ongevallen kan het Openbaar Ministerie overgaan tot strafrechtelijke vervolging.
- Civielrechtelijke aansprakelijkheid: Bij ongevallen kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de schade.
Daarnaast kan het niet naleven van keuringsverplichtingen grote gevolgen hebben voor verzekeringsdekking. Verzekeraars kunnen bij schade uitkering weigeren als blijkt dat de wettelijke keuringsplicht niet is nageleefd.
Een bijkomend risico is dat bij het niet keuren van elektrische apparatuur, defecten onopgemerkt blijven die kunnen leiden tot gevaarlijke situaties, brand of elektrocutie. De menselijke en financiële kosten hiervan kunnen vele malen hoger zijn dan de kosten van regelmatige keuringen.
Het is daarom raadzaam om een gedegen keuringssysteem op te zetten, waarbij alle elektrische arbeidsmiddelen periodiek worden gekeurd door gekwalificeerde personen en waarbij een deugdelijke administratie wordt bijgehouden.
Hoe vaak moeten elektrische arbeidsmiddelen wettelijk gekeurd worden?
De Nederlandse wetgeving schrijft geen vaste keuringsfrequentie voor elektrische arbeidsmiddelen voor. De Arbowet stelt dat de frequentie moet worden bepaald op basis van een risicobeoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met:
- Het type arbeidsmiddel en de gebruiksintensiteit
- De gebruiksomstandigheden (bijvoorbeeld vochtige omgeving)
- Eerdere keuringservaringen en geconstateerde defecten
- De leeftijd van het arbeidsmiddel
- De aanbevelingen van de fabrikant
In de praktijk wordt voor de meeste elektrische handgereedschappen en kantoorapparatuur een jaarlijkse keuring aangehouden, conform de richtlijnen in de NEN 3140. Voor apparatuur die in zwaardere omstandigheden wordt gebruikt (bouwplaatsen, vochtige ruimtes) wordt vaak een kortere keuringstermijn van 3 of 6 maanden gehanteerd.
Specifieke apparatuur zoals medische elektrische apparatuur moet volgens de NEN-EN-IEC 62353 norm worden gekeurd, waarbij vaak striktere intervallen gelden. Elektrische handkettingen en rateltakels dienen eveneens jaarlijks gekeurd te worden vanwege het aanwezige remmechanisme.
Het is belangrijk om de keuringsfrequentie vast te leggen in een keuringsplan en de uitgevoerde keuringen te documenteren in een keuringsadministratie. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van speciale apparatentesters (PAT-testers) die de metingen uitvoeren en de resultaten opslaan voor rapportage.
Voor organisaties die zelf de keuringen willen uitvoeren, bieden wij cursussen tot NEN 3140 keurmeester aan, waarbij deelnemers leren hoe ze elektrische arbeidsmiddelen correct kunnen keuren volgens de geldende normen en wetgeving.