Veel bedrijven worstelen met de vraag of zij hun apparatuur keuren mogen tijdens de garantieperiode. Deze twijfel ontstaat vaak uit de angst dat een verplichte technische keuring mogelijk de fabrieksgarantie zou kunnen beïnvloeden. Het is echter cruciaal om te begrijpen dat wettelijke keuringsverplichtingen en garantievoorwaarden twee volledig verschillende juridische kaders zijn die onafhankelijk van elkaar functioneren. In dit artikel leggen we uit wanneer u verplicht bent om apparatuur te laten keuren, ongeacht de garantiestatus, en welke praktische gevolgen dit heeft voor uw organisatie.
Wettelijke keuringsplicht versus garantieperiode
De keuringsplicht voor arbeidsmiddelen is wettelijk vastgelegd in het Arbobesluit en bestaat volledig los van eventuele garantievoorwaarden van fabrikanten. Deze juridische scheiding is fundamenteel voor het begrip van beide concepten.
Wettelijke keuringsverplichtingen zijn gebaseerd op veiligheidsnormen die de bescherming van werknemers waarborgen. Voor elektrische arbeidsmiddelen geldt bijvoorbeeld de NEN 3140 norm, waarbij apparaten jaarlijks gekeurd moeten worden, ongeacht hun leeftijd of garantiestatus. Bij medische apparatuur hanteert men de NEN EN IEC 62353 norm, die specifieke eisen stelt voor elektrische toestellen in zorginstellingen.
Fabrieksgarantie daarentegen is een commerciële overeenkomst tussen leverancier en koper die de werking en kwaliteit van het product gedurende een bepaalde periode waarborgt. Deze garantievoorwaarden kunnen niet prevaleren boven wettelijke veiligheidseisen. Het uitvoeren van verplichte keuringen vormt geen inbreuk op garantiebepalingen, aangezien het gaat om wettelijk voorgeschreven veiligheidsinspectie procedures.
Wanneer moet apparatuur gekeurd worden?
De keuringsmomenten en intervallen zijn vastgelegd in verschillende Nederlandse normen en zijn onafhankelijk van de garantieperiode van apparatuur. Voor elektrische arbeidsmiddelen geldt de algemene regel van jaarlijkse keuring volgens NEN 3140, waarbij kantoorapparatuur een uitzondering vormt met een keuringsinterval van vier jaar.
Specifieke apparatuurcategorieën hebben eigen keuringsschema’s:
- Ladders, trappen en rolsteigers: keuring conform NEN 2484 en EN 1004
- Magazijnstellingen: minimaal jaarlijks door een technisch deskundige
- Hijsmiddelen en valbeveiliging: volgens NEN 818 EN 361/363
- Medische elektrische apparaten: conform NEN EN IEC 62353
Daarnaast zijn er specifieke keuringsmomenten voorgeschreven, zoals de zogenaamde nulkeuring bij nieuwe installaties. Deze moet bepalen of stellingen conform montage-instructies zijn geplaatst en voldoende verankerd zijn. Na verplaatsing of verbouwing is opnieuw een keuring vereist.
Voor organisaties die hun eigen keurmeesters willen opleiden, biedt de NEN 3140 keurmeester opleiding de benodigde kennis voor het uitvoeren van elektrische arbeidsmiddelenkeuringen.
Garantie en keuring: veelvoorkomende misverstanden
Een veelgehoord misverstand is dat keuringen tijdens de garantieperiode de aansprakelijkheid van de fabrikant zouden beïnvloeden. Dit is onjuist. Wettelijk voorgeschreven keuringsprocedure activiteiten kunnen nooit leiden tot garantieverlies, omdat fabrikanten wettelijk verplicht zijn deze procedures te respecteren.
Een ander misconceptie betreft de gedachte dat nieuwe apparatuur automatisch veilig is en daarom geen keuring nodig heeft. In de praktijk kunnen echter verborgen defecten of transportschade optreden die alleen door professionele inspectie worden ontdekt. Bij medische apparatuur is dit bijvoorbeeld expliciet geregeld: ondanks dat nieuwe toestellen voldoen aan minimale veiligheidseisen, moet worden getest of ze daadwerkelijk veilig in gebruik genomen kunnen worden.
Ook bestaat er verwarring over wie keuringen mag uitvoeren. Interne keurmeesters mogen dit doen, mits zij een schriftelijke opdracht van de werkgever hebben en aantoonbaar deskundig zijn. De Arbeidsinspectie controleert of keurmeesters de relevante normen beheersen, maar vereist geen inzicht in statische constructieberekeningen van fabrikanten.
Ten slotte denken sommige organisaties dat garantie een vervanger is voor regelmatige inspecties. Garantie dekt echter productdefecten, terwijl keuringen de actuele veiligheidsstatus van apparatuur in de gebruiksomgeving vaststellen.
Praktische gevolgen van keuring tijdens garantieperiode
Het uitvoeren van verplichte keuringen tijdens de garantieperiode heeft geen negatieve gevolgen voor uw garantierechten. Integendeel, het toont aan dat u als organisatie uw wettelijke compliance verplichtingen serieus neemt.
Fabrikanten hanteren doorgaans een pragmatische benadering waarbij zij onderscheid maken tussen schade door normale slijtage, verkeerd gebruik en gebreken in materiaal of fabricage. Keuringen vallen onder normale gebruiksprocedures en beïnvloeden garantieaanspraken niet.
Wanneer tijdens een keuring defecten worden geconstateerd, blijven uw rechten volledig intact. Als het defect valt onder garantievoorwaarden, kunt u een beroep doen op herstel of vervanging. Tegelijkertijd moet u het arbeidsmiddel uit gebruik nemen totdat het veilig is hersteld, ongeacht of dit onder garantie gebeurt.
Voor organisaties die keuringen uitbesteden, bedragen de kosten gemiddeld ongeveer 15 euro per arbeidsmiddel. Door eigen keurmeesters op te leiden, bespaart u deze kosten aanzienlijk. De investering in opleiding en meetapparatuur verdient zich vaak binnen het eerste jaar terug.
Belangrijk is ook dat keuringen tijdens garantieperiodes waardevolle documentatie opleveren. Deze keuringsrapporten kunnen later van belang zijn bij eventuele garantieclaims of bij het aantonen van correct onderhoud.
Certificering en compliance bij nieuwe apparatuur
Nieuwe apparatuur komt doorgaans met CE-markering en fabrikantcertificaten die aantonen dat het product voldoet aan Europese veiligheidsnormen. Deze certificering bevestigt dat het ontwerp en de fabricage voldoen aan gestelde eisen, maar garandeert niet dat het product ook na transport en installatie nog steeds veilig functioneert.
Leveranciers zijn verplicht om apparatuur te leveren die voldoet aan toepasselijke normen en richtlijnen. Hun garantievoorwaarden kunnen echter niet conflicteren met wettelijke keuringsverplichtingen. Sterker nog, veel leveranciers verwijzen expliciet naar de noodzaak van regelmatige inspecties conform geldende normen.
Bij de implementatie van nieuwe apparatuur moet u rekening houden met verschillende certificeringsniveaus. Naast productcertificering kan ook installatiecertificering vereist zijn, bijvoorbeeld bij complexe machines die vast op het lichtnet worden aangesloten. Voor dergelijke werkzaamheden is kennis op het niveau van Vakbekwaam Persoon NEN 3140 noodzakelijk.
Voor organisaties in gespecialiseerde sectoren gelden vaak aanvullende certificeringseisen. Medische instellingen moeten bijvoorbeeld voldoen aan zowel algemene elektrische veiligheidsnormen als specifieke medische apparatuurnormen. Deze dubbele certificering zorgt voor extra waarborgen maar vereist ook gespecialiseerde kennis van keurmeesters.
Het is raadzaam om bij aanschaf van nieuwe apparatuur direct een keuringsschema op te stellen dat aansluit bij de garantieperiodes. Op deze manier voorkomt u onduidelijkheden en zorgt u voor optimale bescherming van zowel uw werknemers als uw investeringen. Door proactief te handelen, toont u aan dat veiligheid en compliance prioriteit hebben in uw organisatie, wat uiteindelijk bijdraagt aan een veiligere werkomgeving en verminderde risico’s op ongevallen.