Ja, de keuring van valbeveiligingsmiddelen is wettelijk verplicht in Nederland. Deze verplichting is vastgelegd in de Arbowet (artikel 7.4a) en wordt ondersteund door Europese regelgeving zoals de PBM-verordening (EU) 2016/425. Als werkgever of veiligheidsverantwoordelijke ben je wettelijk verplicht om alle valbeveiligingsmiddelen minimaal jaarlijks te laten keuren door een deskundige persoon. Deze keuringen moeten goed worden gedocumenteerd en geregistreerd om bij inspecties of na incidenten te kunnen aantonen dat je aan je wettelijke verplichtingen hebt voldaan. Het naleven van deze keuringsplicht is essentieel voor de veiligheid van medewerkers en om juridische en financiële risico’s te vermijden.
Waarom is keuring van valbeveiligingsmiddelen belangrijk?
Valbeveiligingsmiddelen vormen letterlijk de laatste lijn van bescherming bij werkzaamheden op hoogte. Deze middelen zijn blootgesteld aan diverse invloeden zoals weersinvloeden, intensief gebruik, opslag en transport. Hierdoor kunnen materialen verzwakken of beschadigd raken, wat de veiligheid en betrouwbaarheid direct beïnvloedt.
Een regelmatige keuring zorgt ervoor dat defecten tijdig worden ontdekt, voordat ze tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Door systematische controles kun je borgen dat de valbeveiligingsmiddelen correct functioneren wanneer het erop aankomt. Denk hierbij aan een harnasgordel die moet voorkomen dat iemand bij een val naar beneden stort, of een valstopapparaat dat de impact van een val moet opvangen.
Naast het voorkomen van ongevallen speelt keuring ook een belangrijke rol bij het verlengen van de levensduur van je materialen. Tijdig onderhoud en vervanging van onderdelen zorgen voor lagere kosten op de lange termijn.
Wettelijke kaders en regelgeving
De verplichting om valbeveiligingsmiddelen te keuren is verankerd in verschillende wet- en regelgevingen. De basis wordt gelegd in de Arbowet, specifiek in artikel 7.4a, waarin staat dat arbeidsmiddelen periodiek gekeurd moeten worden.
Daarnaast zijn er Europese richtlijnen zoals de PBM-verordening (EU) 2016/425 voor persoonlijke beschermingsmiddelen, die aanvullende eisen stellen. Voor de specifieke uitvoering van de keuringen zijn de volgende normen van belang:
- NEN-EN 361 voor harnasgordels
- NEN-EN 363 voor valbeveiligingssystemen
- NEN-EN 365 voor algemene eisen voor gebruiksaanwijzingen en periodieke controles
Net zoals bij elektrische arbeidsmiddelen volgens NEN 3140 geldt ook voor valbeveiligingsmiddelen dat er een wettelijke keuringsplicht bestaat. Dit is geen vrijblijvend advies maar een verplichting waar werkgevers aan moeten voldoen.
Welke valbeveiligingsmiddelen moeten gekeurd worden?
Alle valbeveiligingsmiddelen die op de werkplek worden gebruikt, vallen onder de keuringsplicht. Dit omvat onder andere:
- Harnasgordels (volledige lichaamsharnassen)
- Veiligheidslijnen en vallijnbegrenzers
- Valstopapparaten en meelopende valstoppen
- Karabijnhaken en verbindingselementen
- Ankerpunten en verankeringsvoorzieningen
- Positioneringslijnen
- Valdempers
- Complete valbeveiligingssystemen
Ook accessoires en onderdelen die samen een valbeveiligingssysteem vormen, moeten periodiek worden gecontroleerd. Het gaat hierbij niet alleen om materialen die bij dagelijkse werkzaamheden worden ingezet, maar ook om noodvoorzieningen en reserveonderdelen.
Hoe vaak moet valbeveiliging gekeurd worden?
De frequentie van keuringen voor valbeveiligingsmiddelen is afhankelijk van verschillende factoren, maar als algemene richtlijn geldt een jaarlijkse keuring. In sommige gevallen kan een hogere frequentie nodig zijn, bijvoorbeeld bij:
- Intensief gebruik
- Gebruik in agressieve omgevingen (chemicaliën, extreme temperaturen)
- Na een val of incident
- Bij zichtbare beschadigingen of slijtage
Organisaties die ISO 9001, ISO 45001 of VCA gecertificeerd zijn, moeten sowieso jaarlijks hun valbeveiligingsmiddelen laten keuren omdat deze normen dit voorschrijven. De exacte keuringsfrequentie moet worden vastgelegd in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het bedrijf.
Naast formele keuringen is het belangrijk om voor elk gebruik een visuele controle uit te voeren om zichtbare gebreken direct op te sporen.
Wie mag valbeveiligingsmiddelen keuren?
Het keuren van valbeveiligingsmiddelen moet worden uitgevoerd door een deskundige persoon met voldoende kennis en ervaring. Deze deskundigheid kan worden aangetoond door middel van een certificaat van een erkende opleiding, zoals de cursus voor keurmeester hijsmiddelen en valbeveiliging volgens NEN 818 en EN 361/363.
Er zijn drie opties voor het laten keuren van valbeveiligingsmiddelen:
- Door de fabrikant of leverancier
- Door een erkend keuringsinstituut
- Door een intern opgeleide keurmeester
Bij de laatste optie is het belangrijk dat de interne keurmeester aantoonbaar is opgeleid en bijscholing volgt om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen en regelgeving. Onze combinatiecursus voor keurmeesters biedt de benodigde kennis en vaardigheden om deze taak professioneel uit te voeren.
Documentatie en registratie van keuringen
Het uitvoeren van keuringen is slechts één aspect; het correct documenteren ervan is minstens zo belangrijk. Bij een inspectie of na een incident moet je kunnen aantonen dat je aan je keuringsverplichtingen hebt voldaan.
Een goed keuringssysteem omvat ten minste de volgende elementen:
- Unieke identificatie van elk valbeveiligingsmiddel (bijvoorbeeld middels een nummer of barcode)
- Keuringsrapporten met datum, resultaten en eventuele opmerkingen
- Registratie van afgekeurde items en genomen acties
- Planning voor volgende keuringen
- Gebruikshandleidingen van alle middelen
De bewaartermijn voor keuringsdocumenten is minimaal vijf jaar, maar het is verstandig om deze gedurende de gehele levensduur van het product te bewaren. Digitale registratiesystemen kunnen hierbij helpen door automatische herinneringen voor herkeuring te sturen en een compleet overzicht te bieden van alle middelen.
Gevolgen van het niet naleven van keuringsplicht
Het negeren van de keuringsplicht voor valbeveiligingsmiddelen kan verstrekkende gevolgen hebben:
- Juridische consequenties: Bij controle door de Inspectie SZW kunnen boetes worden opgelegd.
- Aansprakelijkheid: Bij ongevallen waarbij niet-gekeurde middelen betrokken zijn, kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld.
- Verzekeringsconsequenties: Verzekeraars kunnen uitkeringen weigeren als blijkt dat er niet aan de keuringsplicht is voldaan.
- Veiligheidsrisico’s: Het belangrijkste risico is natuurlijk dat onveilige middelen kunnen leiden tot ernstige ongevallen.
Naast de financiële en juridische gevolgen is er ook de morele verantwoordelijkheid. De gezondheid en veiligheid van medewerkers moet altijd voorop staan.
Bij Nieuwhuis Opleidingen begrijpen we het belang van goed opgeleide keurmeesters. We bieden verschillende cursussen aan waarin je leert hoe je valbeveiligingsmiddelen correct keurt volgens de geldende normen. Na het afronden van onze opleiding kun je niet alleen voor je eigen organisatie keuren, maar ben je ook bevoegd om voor derden keuringen uit te voeren.
Door te investeren in kennis en deskundigheid draag je bij aan een veiligere werkomgeving en voldoe je aan de wettelijke verplichtingen rond de keuring van valbeveiligingsmiddelen.