Ja, het keuren van elektrische apparaten is in de meeste werksituaties wettelijk verplicht volgens de Arbowet en het Arbobesluit. Deze verplichting geldt voor alle werkgevers die elektrische apparatuur op de werkplek hebben, van kantoren tot industriële omgevingen. De specifieke eisen zijn uitgewerkt in de NEN 3140 norm, die gezien wordt als praktische invulling van de wettelijke zorgplicht. Hoe vaak apparatuur gekeurd moet worden, hangt af van factoren zoals gebruiksintensiteit, werkomgeving en type apparaat, maar moet worden vastgelegd in een duidelijk beleid. De keuringen moeten worden uitgevoerd door een deskundig persoon met voldoende kennis en ervaring.
Wettelijke kaders voor elektrische keuringen
De verplichting om elektrische apparatuur te keuren komt voort uit de Arbowet en het Arbobesluit. Artikel 7.4a van het Arbobesluit stelt dat arbeidsmiddelen die aan slijtage onderhevig zijn regelmatig gekeurd moeten worden. Dit geldt ook voor elektrische apparatuur op de werkplek. De Arbowet verplicht werkgevers om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving.
De specifieke eisen voor elektrische veiligheid zijn uitgewerkt in de NEN 3140 norm. Deze Nederlandse norm beschrijft de veiligheidsbepalingen voor werkzaamheden aan, met of nabij elektrische installaties en apparatuur. De NEN 3140 is geen wetgeving op zich, maar wordt gezien als de praktische invulling van de wettelijke zorgplicht die in de Arbowet staat.
Als werkgever ben je dus verantwoordelijk voor het periodiek laten keuren van elektrische arbeidsmiddelen door een deskundig persoon. Het niet voldoen aan deze verplichting kan leiden tot boetes van de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) en kan ernstige gevolgen hebben bij ongevallen.
Wanneer is keuring van apparatuur verplicht?
De verplichting om elektrische apparatuur te keuren hangt af van verschillende factoren. Over het algemeen geldt dat alle elektrische apparatuur die in een werkomgeving wordt gebruikt periodiek gekeurd moet worden. Dit omvat zowel draagbare apparaten (zoals boormachines, koffiezetapparaten en computers) als vast opgestelde machines.
Specifieke situaties waarin keuring verplicht is:
- Bij alle bedrijven waar medewerkers met elektrische apparatuur werken
- Na installatie van nieuwe apparatuur, voordat deze in gebruik wordt genomen
- Na reparatie of modificatie van apparatuur
- Periodiek, volgens een vastgesteld schema gebaseerd op risicoanalyse
- Bij intensief gebruik of gebruik in risicovolle omstandigheden (vocht, stof, etc.)
Voor bepaalde hoogrisico-omgevingen gelden strengere eisen, zoals in de gezondheidszorg, waar medische apparatuur volgens de NEN-EN-IEC 62353 norm moet worden gekeurd. In industriële omgevingen met zware machines gelden vaak weer andere specifieke normen.
Het is belangrijk om je te realiseren dat de verplichting tot keuren niet alleen voor grote industriële bedrijven geldt, maar voor elke organisatie waar medewerkers elektrische apparaten gebruiken – van kantoren tot werkplaatsen.
De zorgplicht voor elektrische veiligheid
Naast de specifieke verplichting tot het keuren van elektrische apparatuur, hebben werkgevers een algemene zorgplicht voor de veiligheid van hun medewerkers. Dit betekent dat je, zelfs als er geen expliciete verplichting zou zijn voor bepaalde apparaten, alsnog moet zorgen dat deze veilig zijn.
Deze zorgplicht houdt in dat je als werkgever:
- Risico’s moet inventariseren en evalueren (RI&E)
- Maatregelen moet nemen om risico’s te beperken
- Medewerkers moet voorlichten over veilig gebruik
- Toezicht moet houden op naleving van veiligheidsvoorschriften
- Incidenten moet registreren en daarvan moet leren
Bij ongevallen of incidenten zal altijd gekeken worden of je als werkgever aan je zorgplicht hebt voldaan. Als blijkt dat je elektrische apparaten niet (voldoende) hebt laten keuren, kan dit leiden tot aansprakelijkheid voor schade en letsel. Verzekeraars kunnen in dat geval ook besluiten om schade niet te vergoeden.
De zorgplicht is dus een aanvulling op de specifieke keuringsverplichting en benadrukt het belang van een proactieve benadering van elektrische veiligheid.
Hoe vaak moet elektrische apparatuur gekeurd worden?
Er is geen universele frequentie vastgesteld voor het keuren van alle elektrische apparatuur. De keuringsfrequentie moet worden bepaald op basis van een risicoanalyse, waarbij rekening wordt gehouden met:
| Factor | Invloed op keuringsfrequentie |
|---|---|
| Gebruiksintensiteit | Intensief gebruikte apparatuur vaker keuren |
| Werkomgeving | In vochtige, stoffige of agressieve omgevingen vaker keuren |
| Type apparaat | Draagbare apparatuur doorgaans vaker dan vaste installaties |
| Gebruikersgroep | Bij gebruik door wisselende medewerkers vaker keuren |
Hoewel de wetgeving geen vaste intervallen voorschrijft, worden in de praktijk meestal de volgende richtlijnen gehanteerd:
- Handgereedschap en verplaatsbare apparaten: jaarlijks
- Vast opgestelde machines: elke 1-3 jaar
- Kantoorapparatuur: elke 2-5 jaar
Als je organisatie gecertificeerd is volgens ISO 9001, ISO 45001 of VCA, wordt meestal een jaarlijkse keuring vereist. De exacte frequentie moet je vastleggen in je bedrijfsbeleid en onderbouwen in je RI&E. Je kunt meer leren over de juiste keuringsfrequenties in onze NEN 3140 keurmeester opleiding.
Veelvoorkomende problemen bij elektrische keuringen
In de praktijk zien we regelmatig dezelfde uitdagingen terugkomen bij het implementeren van een effectief keuringsprogramma:
Onvolledig keuringsbeleid: Veel organisaties hebben geen duidelijk beleid waarin is vastgelegd welke apparatuur wanneer moet worden gekeurd en door wie. Dit leidt tot ad-hoc keuringen of het volledig overslaan van bepaalde apparaten.
Andere veelvoorkomende problemen zijn:
- Ontoereikende documentatie van uitgevoerde keuringen
- Gebrek aan opvolging van geconstateerde tekortkomingen
- Onvoldoende gekwalificeerd personeel om keuringen uit te voeren
- Verouderde testapparatuur die niet geschikt is voor moderne apparaten
- Onduidelijke verantwoordelijkheden binnen de organisatie
Een effectief keuringsprogramma vereist een systematische aanpak waarin alle aspecten van elektrische veiligheid zijn geïntegreerd, van beleid tot uitvoering en documentatie.
Wie mag elektrische keuringen uitvoeren?
Niet iedereen mag zomaar elektrische keuringen uitvoeren. Volgens de Arbowet en de NEN 3140 moet dit gebeuren door een ‘deskundig persoon’. Om als deskundig te worden aangemerkt, moet een keurmeester:
- Voldoende kennis hebben van elektrische gevaren
- Inzicht hebben in de toe te passen normen en meetmethoden
- Ervaring hebben met het keuren van elektrische apparatuur
- Bij voorkeur een erkende opleiding hebben gevolgd
Je kunt kiezen voor interne keurmeesters of externe keuringsbedrijven. Het voordeel van interne keurmeesters is dat zij je bedrijfssituatie goed kennen en direct beschikbaar zijn. Externe specialisten brengen vaak meer specifieke expertise mee en hebben geavanceerde testapparatuur.
Voor het opleiden van interne keurmeesters bieden wij de cursus NEN 3140 keurmeester elektrische arbeidsmiddelen aan. Tijdens deze praktijkgerichte training leren deelnemers alle aspecten van het keuren, van wetgeving tot de praktische uitvoering en administratie.
Door te investeren in goed opgeleide keurmeesters zorg je niet alleen voor naleving van de wetgeving, maar draag je ook bij aan een veiligere werkomgeving voor iedereen binnen je organisatie.
Het keuren van elektrische apparatuur is dus in de meeste werksituaties inderdaad verplicht. Bij Nieuwhuis Opleidingen helpen we je graag om aan deze verplichting te voldoen door het opleiden van bekwame keurmeesters die zelfstandig binnen jouw organisatie aan de slag kunnen.